In India is de afgelopen weken veel geprotesteerd tegen de onlangs door het Indiaas parlement aangenomen ‘citizenship Amendement Act’ (hierna CAA). De hoofdreden hiervan is, dat burgers deze wetgeving in strijd met de grondwet vinden. Maar hebben de burgers het aan de rechte eind, of zitten ze op een dwaalspoor?
De CAA is een wet, die humanitaire bescherming bied aan gevluchte minderheden uit de landen, Pakistan, Afghanistan en Bangladesh. Tot deze vervolgde minderheden behoren Hindoes, Boedhisten, Sikhs, Jains, Farsis, Christenen en Joden. Moslims en Tamils zijn uitgesloten.
Deze wet heeft slechts betrekking op vluchtelingen en geen Indiase staatsburgers, ongeacht geloofs overtuiging. Het is een aanvulling op bestaande immigratie en naturalisatie wetgeving. Er is gekozen om voor deze groepen aanvullende wetgeving te maken, omdat de overheid geconstateerd heeft dat zij op religieuze gronden zijn vervolgd en terugkeer naar eigen land niet mogelijk is.
In tegenstelling wat de media sugreerd, geld geen immigratiestop voor gevluchte moslims. Zij mogen via de reguliere wetgeving het Indiaas staatsburgerschap aanvragen. Zij worden niet uitgesloten en is derhalve geen sprake van discriminatie jegens hen.
De overheid heeft een uitzondering op vervolgde minderheden uit deze landen gemaakt, omdat de landen een historie van systematische onderdrukking van niet Islamitische minderheden kent. Deze landen kwalificeren zich als islamitische staten en verwerpen het secularisme. Het secularisme gedachte is slechts een papieren concept. De regimes zijn meestal totalitair van aard.
India is een seculier land en heeft slechts een uitbreiding op bestaande wetgeving gedaan ter bescherming van de vervolgde vluchtelingen. Er is geen grondwettelijke afbreuk gedaan op de rechten van de Indiase moslims. Zij bezitten staatsburgerschap en verdienen volledige grondwettelijke bescherming.
Srilankaanse Tamils zijn uitgesloten uit deze wetgeving, omdat de burgeroorlog lang voorbij is. Er is daar ook nooit vervolging geweest om religieuze redenen. Het was slechts een etnisch conflict. De Srilankaanse overheid heeft de rechten van de Tamils gewaarborgd.
Middels deze wetgeving is een een einde gekomen aan de onzekerheid waarin de gevluchte minderheden verkeerden. Ook kunnen zij hierdoor, mits aan de voorwaarden voldaan zich registeren in de National Register Citizenship (NRC). Middels deze registratie staat de weg naar het Indiaas staatsburgerschap open.
Gezien de ontwikkelingen, verdiend de regering Modi geen ongefundeerde protest. Deze wetgeving is puur humanitair van aard en is in lijn met de seculiere grondbeginselen van India. De Indiase moslims verliezen niets en hebben niets te vrezen. De vluchtelingen hebben eindelijk de kans om een beter leven te mogen beginnen.
Neal Raj



